We maken op deze website gebruik van cookies. Wilt u weten wat dat betekent voor uw privacy?
Lees dan onze Privacy- en cookieverklaring. Klik hier voor een opt-out van Google Analytics op deze website.
Akkoord »

Menu Inloggen Mijn ESJ

Conserverende aanslag op pensioen en lijfrente

30 mei 2017

De conserverende aanslag blijft de gemoederen bezig houden. In een aantal zaken heeft de Rechtbank Zeeland-West Brabant vragen gesteld aan de Hoge Raad over de conserverende aanslag op pensioen en op lijfrentes. De Rechtbank wil graag nadere uitleg over welke conserverende aanslagen wel houdbaar zijn en welke niet.

Een voorbeeld van deze problematiek is de uitspraak van Hof Den Bosch. De voorlopige lijn van de Hoge Raad lijkt er voor pensioenen en lijfrentes op neer te komen dat de conserverende aanslag in strijd met de goede verdragstrouw kan komen op het moment dat de bronstaat (Nederland) geen heffingsrechten heeft. De gedachte daarbij is dat Nederland in dat geval niet mag heffen, zodat het opleggen van een conserverende aanslag geen doel heeft. De invordering van de conserverende aanslag in zo’n situatie zou namelijk niet mogen, omdat Nederland dat niet mag op grond van het betreffende belastingverdrag. Wij stellen ons dan nog de vraag of dit altijd zo eenvoudig is. Immers, de betreffende belastingplichtige zou op een later moment van land A naar land B kunnen verhuizen waarbij het belastingverdrag tussen Nederland en land B aan Nederland wel een heffingsmogelijkheid geeft. Zou dan een conserverende aanslag nog wel gerechtvaardigd kunnen zijn?

In de zaak voor Hof Den Bosch ging het om een conserverende aanslag op een pensioen (geen overheidspensioen) bij een emigratie naar Zweden. Onder het belastingverdrag met Zweden is het heffingsrecht over pensioenuitkeringen toegewezen aan het woonland Zweden. In zoverre is het verdrag niet te vergelijken met het verdrag met België, waarbij Nederland onder omstandigheden wel over de uitkeringen mag heffen.

Op grond van het verdrag met Zweden mag Nederland wel heffen op het moment dat het pensioen zou worden afgekocht. Deze mogelijkheid was voor het Hof al voldoende om tot de conclusie te komen dat de conserverende aanslag dan in stand mag blijven. Dat een afkoop zich niet snel zal voordoen (het Nederlandse pensioenfonds zal daar in principe ook niet aan meewerken) was daarvoor verder niet van belang.

Er zijn op dit moment diverse procedures geweest en nog in behandeling ten aanzien van de houdbaarheid van de conserverende aanslag op pensioenen en lijfrentes. Om duidelijkheid te krijgen waar exact de begrenzingen zouden liggen, heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een aantal varianten voorgelegd aan de Hoge Raad. De beantwoording van deze vragen zal meer duidelijkheid gaan geven.

Meer informatie?

Heeft u vragen of wilt u meer informatie, neem dan contact op met uw adviseur of een van onze kantoren.

Kies een adviseur bij u in de buurt Neem contact op »